Samenstelling kerncollectie

Voortdurend vindt kunsthistorisch onderzoek plaats om de kunstcollecties diepgaander te ontsluiten. De focus hierbij is op de kerncollectie en het digitaal toegankelijk maken hiervan  voor online presentatie in samenwerking met het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (Collecties) en musea waar delen van de Rijksakademie collecties zijn ondergebracht.

Hieronder worden enkele bijzondere stukken uit de kerncollectie toegelicht.  
College-aantekeningen leerlinge Johanna Louize Engbertsen, 1916-1919 College-aantekeningen leerlinge Johanna Louize Engbertsen, 1916-1919
Document

Om het menselijk lichaam correct weer te kunnen geven, was het in de oude akademie belangrijk dat de kunstenaar zich ook in de anatomie verdiepte. Tijdens theorielessen kwamen de proportie en het spier- en skeletstelsel van zowel mens als dier aan bod. Dat de kunstenaars dit tot in detail moesten leren, blijkt onder andere uit de afgebeelde aantekeningen van een studente uit de vroege twintigste eeuw.

Tientallen bewaard gebleven schriften laten zien wat een leerling moest kennen en geven daarmee inzicht in het lesonderwijs.
Jacques Gautier d’Agoty, De anatomische engel, 1746, mezzotint op papier Jacques Gautier d’Agoty, De anatomische engel, 1746, mezzotint op papier
Gautier d’Agoty

Lange tijd werden boeken en prenten gebruikt bij het kunstonderwijs. Deze prent toont een vrouw met ontlede rug, ook wel De anatomische engel genoemd. Het werk behoort tot een anatomische atlas van vierentwintig kleurenplaten, Myologie complete en couleur et grandeur naturelle, waarvan er zich veertien in de collectie van de Rijksakademie bevinden.

Het is niet waarschijnlijk dat de Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten, de voorganger van de Rijksakademie, deze prentenserie alleen aankocht om het menselijk lichaam te bestuderen. De platen staan namelijk niet zozeer bekend om hun anatomische correctheid. Het is met name de esthetische waarde en de bijzondere druktechniek waar destijds de nadruk op zal hebben gelegen.
Albrecht Dürer, Beschryvinghe van de Menschelijcke Proportion. 1622 Albrecht Dürer, Beschryvinghe van de Menschelijcke Proportion. 1622
Dürer

‘Beschryvinghe van Albrecht Dürer van de menschelijcke proportion. Begrepen in vier onderscheyden Boecken, zeer nut ende profijtelijck voor alle Lief-hebbers deser konste.’
Arnhem: Ian Iansz boeckverkooper, 1622

Nederlandse vertaling van het in 1528 door Albrecht Dürer geschreven en met houtsneden geïllustreerde werk over de menselijke proportie. Dürer is de eerste kunstenaar die de verhoudingen van het lichaam uitgebreid onderzoekt, vergelijkt en beschrijft (man, vrouw, kind, dik, dun of lang) en op wetenschappelijk wijze probeert zo een 'canon' van het beeld van de mens te construeren. Het boek werd gezien als een standaardwerk voor kunstenaars.
 
Gerard de Lairesse, Groot schilderboek, 1740 Gerard de Lairesse, Groot schilderboek, 1740
De Lairesse

Het kunstenaarsgezelschap ‘Ingenio et Labore’ kwam oorspronkelijk samen in het huis van schilder en kunsttheoreticus  Gerard de Lairesse om te discussiëren en te tekenen. Na het overlijden van De Lairesse ging het gezelschap over naar de Stadsteekenacademie.

De Lairesses kennis en ideeën werden vastgelegd en samengebracht in het ‘Groot Schilderboek’ waarin onderwerpen als compositie, kleurenleer, portretten en schildertechnieken worden behandeld. Dit boek is lange tijd maatgevend geweest binnen het kunstonderwijs.

Het boek is vaak herdrukt en werd in de tijd van de Stadsteekenacademie en van de Koninklijke academie regelmatig als prijs gegeven bij bijvoorbeeld tekenwedstrijden.
Louis Stracké, Studieblad met gevogelte, 1880-1895, zwart krijt en waterverf op papier Louis Stracké, Studieblad met gevogelte, 1880-1895, zwart krijt en waterverf op papier
Allebé

Het studieblad van Louis Stracké is waarschijnlijk gemaakt in Artis. Ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van August Allebé is het werk in de collectie opgenomen.

In 1880 werd August Allebé, voorheen leerling aan de Koninklijke Akademie en hoogleraar aan de Rijksakademie, benoemd tot hoogleraar-directeur. Hij vond vooral praktische oefening, theoretische onderbouwing en examinering belangrijk. Als directeur voerde Allebé al gauw veranderingen door. Het hernieuwd contact met het Koninklijk Genootschap Natura Artis Magistra was daar één van. Hierdoor werden studenten in de gelegenheid gesteld in Artis dierstudies te maken. Het  studieblad van Louis Stracké toont een dierstudie.  

 
Karel Appel, Aanbidding van de koningen, 1940-1943, zwart krijt op papier Karel Appel, Aanbidding van de koningen, 1940-1943, zwart krijt op papier
Karel Appel

Zowel vroeger als nu ontstaan vanuit de kunstenaarsgemeenschap regelmatig kunstenaarsinitiatieven of -bewegingen. Tijdens zijn studietijd, van 1940 tot 1943, leerde Karel medestudenten Corneille en Constant kennen. Later zouden zij grondleggers zijn voor de internationale vooruitstrevende kunstenaarsbeweging CoBrA.

Dit werk van Appel uit zijn tijd aan de Rijksakademie verbeeldt de drie koningen in aanbidding bij Maria met het kind Jezus in Bethlehem. Het laat zien dat ook in de jaren ‘40 onderwerpen uit de Bijbel, mythologie, historie of literatuur nog belangrijk werden geacht. In de collectie is te zien dat dergelijke verhalende onderwerpen lange tijd zijn gehandhaafd als lesopdrachten en als onderdeel van de Prix de Rome wedstrijd.