Samenstelling kerncollectie

Voortdurend vindt kunsthistorisch onderzoek plaats om de kunstcollecties diepgaander te ontsluiten. De focus hierbij is op de kerncollectie en het digitaal toegankelijk maken hiervan  voor online presentatie in samenwerking met het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (Collecties) en musea waar delen van de Rijksakademie collecties zijn ondergebracht.

Hieronder worden enkele bijzondere stukken uit de kerncollectie toegelicht.  
Bernard Picart, Mannelijk naakt op wolken, 1723, rood krijt op papier Bernard Picart, Mannelijk naakt op wolken, 1723, rood krijt op papier

Naakt
 

De Rijksakademie beheert een bijzondere verzameling tekeningen van Bernard Picart met detailstudies naar oude meesters.

In 1711 vestigde de Franse prentkunstenaar Bernard Picart zich in Amsterdam. Hij werd lid van de Stadstekenacademie, de vroege voorloper van de Rijksakademie. Daar was het bestuderen van en tekenen naar naaktmodel de voornaamste activiteit. Hierdoor oefende de kunstenaar zich in het menselijk lichaam en zijn verschillende houdingen, dat van belang was bij het maken van een (historische) voorstelling.

In de tekening Mannelijk naakt op wolken is het studieuze karakter goed zichtbaar. Hoewel het naaktmodel is voorgesteld tegen een achtergrond van wolken, is eveneens het touw of de stok waarmee hij zich vasthield weergegeven.


Jan Veth, Studie naar de Discuswerper, 1881, houtskool op papier	Jan Veth, Studie naar de Discuswerper, 1881, houtskool op papier
Gips

Vanaf de vroege achttiende eeuw werd in de Stadstekenacademie, de Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten en de Rijksakademie een verzameling gipsafgietsels van beelden en fragmenten uit de klassieke oudheid en Renaissance opgebouwd.

Bestudering hiervan was belangrijk om de schoonheid en ideale proportie van het menselijk lichaam te leren kennen en deze idealisering vervolgens toe te passen bij het tekenen naar naaktmodel. De Discuswerper was door zijn ingewikkelde houding en verkortingen lastig na te tekenen. Jan Veth slaagde goed in de oefening, die hij waarschijnlijk aflegde voor het overgangsexamen naar zijn tweede studiejaar.

De Rijksakademie beheert een tegenwoordig uitzonderlijke collectie gipsafgietsels, waarvan een deel in langdurig bruikleen is gegeven aan onder andere het Allard Pierson Museum te Amsterdam.

Dames schilderklasse professor Nicolaas van der Waay, 1915, foto Dames schilderklasse professor Nicolaas van der Waay, 1915, foto
Foto Rijksakademie

Deze foto maakt deel uit van een serie, in 1915 gepubliceerd door oud-leerling H.M. Krabbé, die inzicht geeft in de academie aan de Stadhouderskade. Op de foto is te zien dat Nicolaas van der Waay lees geeft in het schilderen naar levend model, waarbij het naaktmodel door de hoogleraar op een verhoging in een houding werd gezet.

De Rijksakademie was in vergelijking met nationale en internationale academies vooruitstrevend in het onderwijs aan vrouwen. Al in 1871 werd besloten ook jonge vrouwen toe te laten. Het zou echter tot 1895 duren voordat zij naar naaktmodel mochten tekenen en theorielessen waarbij het naakt werd ingezet konden volgen.

College-aantekeningen leerlinge Johanna Louize Engbertsen, 1916-1919 College-aantekeningen leerlinge Johanna Louize Engbertsen, 1916-1919
Document

Om het menselijk lichaam correct weer te kunnen geven, was het in de oude akademie belangrijk dat de kunstenaar zich ook in de anatomie verdiepte. Tijdens theorielessen kwamen de proportie en het spier- en skeletstelsel van zowel mens als dier aan bod. Dat de kunstenaars dit tot in detail moesten leren, blijkt onder andere uit de afgebeelde aantekeningen van een studente uit de vroege twintigste eeuw.

Tientallen bewaard gebleven schriften laten zien wat een leerling moest kennen en geven daarmee inzicht in het lesonderwijs.
 
Jacques Gautier d’Agoty, De anatomische engel, 1746, mezzotint op papier Jacques Gautier d’Agoty, De anatomische engel, 1746, mezzotint op papier
Gautier d’Agoty

Lange tijd werden boeken en prenten gebruikt bij het kunstonderwijs. Deze prent toont een vrouw met ontlede rug, ook wel 'De anatomische engel' genoemd. Het werk behoort tot een anatomische atlas van vierentwintig kleurenplaten, Myologie complete en couleur et grandeur naturelle, waarvan er zich veertien in de collectie van de Rijksakademie bevinden.

Het is niet waarschijnlijk dat de Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten, de voorganger van de Rijksakademie, deze prentenserie alleen aankocht om het menselijk lichaam te bestuderen. De platen staan namelijk niet zozeer bekend om hun anatomische correctheid. Het is met name de esthetische waarde en de bijzondere druktechniek waar destijds de nadruk op zal hebben gelegen.
 
Albrecht Dürer, Beschryvinghe van de Menschelijcke Proportion. 1622 Albrecht Dürer, Beschryvinghe van de Menschelijcke Proportion. 1622
Antiquarische verzameling: Dürer
‘Beschryvinghe van Albrecht Dürer van de menschelijcke proportion. Begrepen in vier onderscheyden Boecken, zeer nut ende profijtelijck voor alle Lief-hebbers deser konste.’
Arnhem: Ian Iansz boeckverkooper, 1622

Nederlandse vertaling van het in 1528 door Albrecht Dürer geschreven en met houtsneden geïllustreerde werk over de menselijke proportie. Dürer is de eerste kunstenaar die de verhoudingen van het lichaam uitgebreid onderzoekt, vergelijkt en beschrijft (man, vrouw, kind, dik, dun of lang) en op wetenschappelijk wijze probeert zo een 'canon' van het beeld van de mens te construeren. Het boek werd gezien als een standaardwerk voor kunstenaars.
 
Gerard de Lairesse, Groot schilderboek, 1740 Gerard de Lairesse, Groot schilderboek, 1740
Antiquarische verzameling: De Lairesse

Het kunstenaarsgezelschap ‘Ingenio et Labore’ kwam oorspronkelijk samen in het huis van schilder en kunsttheoreticus  Gerard de Lairesse om te discussiëren en te tekenen. Na het overlijden van De Lairesse ging het gezelschap over naar de Stadsteekenacademie.

De Lairesses kennis en ideeën werden vastgelegd en samengebracht in het ‘Groot Schilderboek’ waarin onderwerpen als compositie, kleurenleer, portretten en schildertechnieken worden behandeld.

Dit boek is lange tijd maatgevend geweest binnen het kunstonderwijs.Het boek is vaak herdrukt en werd in de tijd van de Stadsteekenacademie en van de Koninklijke academie regelmatig als prijs gegeven bij bijvoorbeeld tekenwedstrijden.
Louis Stracké, Studieblad met gevogelte, 1880-1895, zwart krijt en waterverf op papier Louis Stracké, Studieblad met gevogelte, 1880-1895, zwart krijt en waterverf op papier
Allebé

Het studieblad van Louis Stracké is waarschijnlijk gemaakt in Artis. Ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van August Allebé is het werk in de collectie opgenomen.

In 1880 werd August Allebé, voorheen leerling aan de Koninklijke Akademie en hoogleraar aan de Rijksakademie, benoemd tot hoogleraar-directeur. Hij vond vooral praktische oefening, theoretische onderbouwing en examinering belangrijk. Als directeur voerde Allebé al gauw veranderingen door. Het hernieuwd contact met het Koninklijk Genootschap Natura Artis Magistra was daar één van. Hierdoor werden studenten in de gelegenheid gesteld in Artis dierstudies te maken. Het  studieblad van Louis Stracké toont een dierstudie.  Het werk is ter gelegenheid van zijn 25-jarig jubileum aan Allebé geschonken.
 
Karel Appel, Aanbidding van de koningen, 1940-1943, zwart krijt op papier Karel Appel, Aanbidding van de koningen, 1940-1943, zwart krijt op papier
Karel Appel
Zowel vroeger als nu ontstaan vanuit de kunstenaarsgemeenschap regelmatig kunstenaarsinitiatieven of -bewegingen. Tijdens zijn studietijd, van 1940 tot 1943, leerde Karel medestudenten Corneille en Constant kennen. Later zouden zij grondleggers zijn voor de internationale vooruitstrevende kunstenaarsbeweging CoBrA.

Dit werk van Appel uit zijn tijd aan de Rijksakademie verbeeldt de drie koningen in aanbidding bij Maria met het kind Jezus in Betlehem. Het laat zien dat ook in de jaren ‘40 onderwerpen uit de Bijbel, mythologie, historie of literatuur nog belangrijk werden geacht. In de collectie is te zien dat dergelijke verhalende onderwerpen lange tijd zijn gehandhaafd als lesopdrachten en als onderdeel van de Prix de Rome wedstrijd.
Er is geen content beschikbaar